
Had ik het vorige week nog over de geboortegolf bij de familie Roodborst in onze tuin en dat alle kuikens in goede gezondheid het nest verlaten hebben, onlangs moesten wij op stap met onze eigen, al lang uitgevlogen kuikens. Even naar mijn ouderlijk nest, een dagje naar Terschelling. Want het kroost wilde graag kijken hoe hun opa er tegenwoordig bij zat in het woonzorgcentrum. Daar woont hij sinds hij in zijn eigen huis verdwaalde, in een prachtige, zonnige kamer op de 2e verdieping met een mooi uitzicht.
Alleen ziet hij dat zelf niet meer…
Hij is door een oogziekte blind geworden en heeft het daar heel erg moeilijk mee. En hij niet alleen, wij, zijn kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen en de mensen om hem heen vinden het vreselijk voor hem! Natuurlijk koesteren we de tijd dat hij nog kon zien, toen we nog met hem konden whatsappen, bellen of zelfs facetimen. Maar dat is allemaal weggevallen. Want hij kon zijn mobiel niet meer goed vinden en als hij hem dan gevonden had, kon hij hem niet meer bedienen.
De frustratie is van zijn gezicht te lezen.
De medewerkers van het zorgcentrum moesten nu alle zeilen bijzetten om mijn vader te helpen want hij is compleet afhankelijk van hen. Want naast zijn nieuwe woonomgeving waar hij door zijn blindheid amper nog een voorstelling van kon maken, kreeg hij ineens ook te maken met een totaal ander ritme dan het ritme wat hij al tientallen jaren gewend was.
In zijn eigen huisje, daaronder aan de dijk.
Bij ons, zijn kinderen, bleef het maar rondspoken in onze hoofden hoe we het voor hem toch een beetje draaglijker konden maken. Zo kreeg hij een zogenaamde drukknopklok. Die staat op de tafel naast zijn stoel en als hij daarop drukt dan roept een stem hoe laat het is. Daarnaast staat een radio die zo bewerkt is dat hij het aan/uit knopje én de volumeknop goed kan vinden. De knop om de zenders te zoeken is er afgehaald, hij luistert toch het liefst naar Radio 1.
Waar de wereld en de sport ruimschoots besproken wordt.
Maar bellen, ja, dat bleef lastig. Totdat een goede vriendin van ons op het idee kwam om een ouderwetse, retro telefoon voor hem aan te schaffen. Nadat deze geïnstalleerd was hoefde hij enkel de hoorn op te pakken en een gesprek voeren met de beller. Zonder eerst te vegen of op een of ander knopje te moeten drukken.
Hij was weer bereikbaar!
Twee weken geleden stapten wij dus met het kroost om vijf over acht aan boord van de sneldienst. Ik was in een bijzonder goed humeur, want de mannen, één schoondochter en twee kleindochters, waren keurig op tijd. Want de boot wacht niet. Een enkele keer willen ze nog wel eens een minuutje wachten als ze reizigers aan zien komen rennen, bezweet met rode koppen en voornamelijk buiten adem dus niet meer aanspreekbaar op de loopplank. Ik weet dat omdat het mij een keer overkomen is. We waren te laat van huis gegaan en ik was min of meer vergeten dat Stad toen nog overhooplag door de werkzaamheden aan Ring Zuid.
Stom, heel stom.
Afijn, voorbij Stad heb ik het gaspedaal op een niet duurzame manier ingetrapt, vervolgens in Harlingen de auto geparkeerd en toen een paar honderd meter rennen om op tijd bij de boot te zijn. Bij de kaartjescontrole hoorde ik de medewerkster nog via de porto zeggen dat de laatste twee er nu aankwamen en toen we de boot betreden hadden ging achter ons de loopplank omhoog. Ik had echt mazzel, want meestal gooien de Harlinger brugwachters de bruggen nog omhoog tijdens de vertrektijden van de boten naar Terschelling en Vlieland. Alsof ze het erom doen! De drie kwartier die daarna volgde, de duur van de reis, had ik nodig om bij te komen.
Dat was een leermoment zoals ze dat tegenwoordig zo mooi afdekken.
Om negen uur liepen we met het hele spul de boot af om bij het fietsenbedrijf de gehuurde fietsen op te halen en om tien uur zaten we met zijn allen gezellig om mijn vader heen. Doordat hij niets ziet én ook niet meer zo best hoort, had ik de mannen van tevoren op het hart gedrukt dat ze niet te veel door elkaar moesten praten.
Ze hielden zich er keurig aan.
Toen we twee uurtjes later weer buiten stonden omdat mijn vader ging eten en het daarna tijd was voor zijn middag tukkie, bedankte ik ons kroost dat ze zich keurig gedragen hadden. Het respect wat ze uitdragen naar hun opa is prijzenswaardig en dat moet ook gezegd kunnen worden.
Zelfs de kleindochters, Lientje en Loetje, gedroegen zich als volwaardige prinsesjes!
Even later fietsten we het fietspad achter dijk op en ter hoogte van mijn vaders oude huis, Kinnum, kregen de kleindochters les van hun vader en ooms in krabben zoeken. Daarna fietsten we weer verder om uiteindelijk aan te komen bij het ‘laatste strandpaviljoen voor Ameland’, waar we konden genieten van een welverdiende lunch.
Met een lekker biertje!
Op de terugweg fietsten we even langs mijn zus om die even een knuffel te geven en daarna gingen we weer naar mijn vader, die al helemaal op het puntje van zijn stoel zat na zijn middag tukkie. Hij begon direct de oudste aan te spreken, want hij had iets bijzonders te geven, namelijk een nog door mijn moeder gesponnen en gebreid schapenwollen vest. “Ik heb dit vest niet meer nodig, het is hier soms om te smoren zo hoog dat die kachel hier staat. Gebruik hem als je buiten werk hebt, dat is lekker warm!” zei opa.
Het afscheid viel mij zwaar.
Het afscheid viel ons allemaal zwaar. Want we moesten hem weer achterlaten, in zijn eigen kleine wereld, afhankelijk van alles en iedereen om hem heen. Over twee maanden hopen wij dat hij 92 jaar mag worden, maar ik vraag mij serieus af of hij dat zelf ook nog hoopt. Ook omdat hij zelf al een paar keer aangegeven heeft dat het goed geweest is, hij heeft een prachtig leven achter de rug. Samen met zijn Truus een leven opgebouwd op Terschelling, hard gewerkt, een gezin gesticht en dankbaar voor alles wat hen gegund en gegeven werd. Die dankbaarheid werd nooit vergeten. Dan zeiden ze tegen elkaar, in alle nederigheid over het feit dat veel ellende hen bespaard is gebleven:
‘Wat zijn we toch gelukkig maar waar hebben wij het aan verdiend.’





































































